Standpunten en adviezen - SEOB

Samenvatting advies "Perspectief Onderkant Arbeidsmarkt"

Met dank aan CWI Zuidoost-Nederland en PSW Arbeidsmarktadvies voor hun inbreng

Januari 2007

Dit rapport schetst een optimistisch beeld over het perspectief voor mensen aan de onderkant
van de arbeidsmarkt c.q. de laagopgeleiden. Gelet op de vraag/aanbod-verhoudingen ligt er naar ons oordeel een prachtkans om dit vraagstuk de komende jaren op te lossen.
Uit de cijfermatige analyses blijkt dat de doelgroep in totaal 326.000 personen omvat. Het overgrote deel (280.000 personen) heeft op dit moment (nog) een baan en dat betekent dat er 46.000 mensen staan ingeschreven als niet werkend werkzoekende (nww). Ingeschat wordt dat hiervan ca. 30.000 personen bemiddelbaar zijn naar werk, dat is in feite de doelgroep waar het in dit rapport om draait.

Op grond van informatie van gemeenten moet worden vastgesteld dat voor ongeveer 30% van de
46.000 werkzoekenden (dus ca. 16.000 personen) naar alternatieven voor betaald werk zal moeten worden gezocht. Het gaat dan om werken met behoud van uitkering, bijvoorbeeld participatiebanen
of oplossingen in de sfeer van ‘social firms’.
Dit aantal is mogelijk nog aanzienlijk groter als ook rekening gehouden wordt met de niet meer te plaatsen gedeeltelijk arbeidsgeschikten. Hierover ontbreken echter de juiste gegevens, slechts bekend is dat het totaal aantal arbeidsongeschikten in Brabant ongeveer 100.00 bedraagt.
Wij vragen ons af of de ondersteuningsstructuur toereikend is om dit vraagstuk goed op te pakken,
SER Brabant vindt dit een prioritair aandachtspunt voor de sociale agenda.

Wat betreft de werkgelegenheidskant valt op dat er nog veel banen zijn én blijven voor laagopgeleiden.
Op dit moment zijn er ca. 300.000 banen voor laagopgeleiden in Brabant en naast enkele forse uitschieters (detailhandel en zorg), hebben vrijwel alle sectoren ca. 30% van hun banen bezet door laagopgeleiden. Omdat uit de analyses ook blijkt dat er de komende jaren geen forse verschuivingen te verwachten zijn, mag worden geconcludeerd dat het arbeidsmarktperspectief voor laagopgeleiden in het algemeen redelijk tot positief moet zijn. Dit optimisme wordt gevoed door de verwachting dat er de  komende jaren extra ruimte ontstaat als gevolg van een oplopende vervangingsvraag (vergrijzing).
Dit geeft aanleiding voor een zondermeer positieve verwachting over het perspectief voor de onderkant.
Hierbij past echter wel een stevige kanttekening, want het oplossen van dit vraagstuk gaat zeker niet vanzelf. De praktijk zal uitermate weerbarstig blijken te zijn vanwege kwalitatieve discrepanties tussen vraag en aanbod. Alle partijen zullen zich dus stevige inspanningen moeten getroosten.
Van bedrijven mag bijvoorbeeld worden verwacht dat men gaat inspelen op een steeds sterker  oververtegenwoordiging van ouderen (45-plus), vrouwen en allochtonen in het personeelsaanbod.

In het samenspel tussen gemeenten en bedrijven ligt de sleutel voor een succesvolle aanpak.
Vastgesteld wordt dat de samenwerking tussen gemeenten en bedrijven inmiddels sterk is verbeterd.
Dankzij de ‘work first’aanpak, ketenbenadering en een vraaggerichte werkgeversbenadering worden opvallend goede plaatsingsresultaten bereikt, ook van personen met behoorlijk wat afstand tot de arbeidsmarkt.
Effectief voor reïntegratie blijkt het organiseren van arbeidsnabijheid i.c. het creëren van leer/werkomgeving in bedrijven. SER Brabant adviseert gemeenten hierin te investeren, mogelijk kan  de provincie dit van de nodige impulsen voorzien.

Verder komt het rapport tot de opvallende aanbeveling dat naast de laagopgeleiden, de spot ook nadrukkelijk moet worden gezet op de mbo’ers.
Daar speelt enerzijds een dreigende mismatch vanwege verkeerde opleidingskeuzes binnen het mbo en dat vraagt om steviger sturend beleid ten aanzien van beroeps- en opleidingskeuzes. Eén van de aanbevelingen is om prijsprikkels in te bouwen voor perspectiefrijke beroepen en opleidingen.
Anderzijds blijkt een tamelijk groot potentieel mbo’ers onder zijn/haar niveau te werken in bedrijven. Een voorzichtige schatting leert dat het om ca. 100.000 personen moet gaan. Met andere woorden, investeren in deze groep (‘sociale innovatie’) kan veel ruimte verschaffen, zowel op de arbeidsmarkt als in de doorstroming binnen bedrijven waar structurele tekorten gaan ontstaan op mbo 3 /4 en hbo-niveau.
Dit bevestigt een eerdere stelling van SER Brabant dat het creëren van ‘trek in de schoorsteen’ één van de opties is voor een beter functionerende regionale arbeidsmarkt in de komende jaren.

In algemene zin kan worden geconcludeerd dat een stevige en vraaggerichte aanpak op gemeentelijk niveau de problematiek van de onderkant de komende jaren voor een heel eind zal kunnen oplossen.
Dit moet gebeuren in actief samenspel met bedrijven, die er overigens zelf direct belang bij hebben vanwege de toenemende schaarste op de arbeidsmarkt, ook in de lager gekwalificeerde functies.
Vanzelfsprekend heeft ook het onderwijs een actieve rol te vervullen.
Het rapport besluit met de brug naar de praktijk en werkt de aanbevelingen uit langs drie kernvragen:

  • Hoe bedrijven aan goed inzetbare mensen helpen?
  • Hoe de mismatch tussen regionale vraag en opleidingsuitstroom voorkomen?
  • Hoe de upgradingslag binnen bedrijven (mbo’ers) bevorderen?

SER Brabant - Pettelaarpark 10 - Postbus 70 - 5201 AB 's-Hertogenbosch -
Tel: 073 680 66 60 - E-mail: info@serbrabant.nl